Een belangrijke rol

De jaarfeesten spelen een belangrijke rol in het schoolleven. Sommige feesten vieren we in de klas, andere feesten met de hele school. De jaarfeesten zijn: Michaëlsfeest, Sint Maarten, Advent, Sint Nicolaas, Kerstmis, Driekoningen, Verkleedfeest, Palmpasen, Pasen, Pinksteren en Sint Jan. Ze hebben elk hun eigen karakter.

Sint Jansfeest op de Vrijeschool De Es in Assen

Sint Jansfeest

Kinderen beleven aan de jaarfeesten de gang door de seizoenen, het grote ritme van het jaar, het ritme van het leven. We willen kinderen zo intens mogelijk verbinden met de aarde en alles wat haar omgeeft.

Herfst:

Als het schooljaar begint daalt langzaamaan de zonnebaan. De vruchten komen tot rijping en er wordt geoogst voor de komende winter. Het vraagt moed om de gang van de zon in de richting van de duisternis te volgen. De aartsengel Michaël begeleidt dan ook het gevecht met de krachten van de duisternis die gesymboliseerd worden in het verhaal van Joris en de draak. Een oeroud en wereldwijd verbreid motief. De kinderen vieren in de herfst aan de ene kant de vreugde van de oogst en aan de andere kant beproeven ze hun moed en behendigheid. Het zijn twee beelden van dezelfde herfsttijd.

Op school wordt het jaarfeest van Michaël gevierd op vrijdag 27 september. Tot aan St. Maarten is het dan ‘Michaëlstijd’. Maar waar gaat het over en wie is Michaël? Wat vieren we dan en waarom?

Aartsengel Michael is één van de vier aartsengelen en werd vroeger de beschermgeest van de herfst en de behoeder van de vruchten en het graan genoemd. In deze vruchten en in dit graan, welke in oogsttijd aan het eind van de zomer en het begin van de herfst zijn geoogst, ligt een nieuw levensbegin verborgen en men zei dat de aartsengel Michael hierover waakte. Uit dankbaarheid hiervoor werden in die tijd aan Michaël oogst –en dankfeesten gewijd. In het Nieuwe Testament in de bijbel (Openbaringen van Johannes hoofdstuk 12), komen we aartsengel Michael tegen als Afbeeldingsresultaat voor sint michaelbeschermer van de hemel. Hij voert zijn hemelse heerscharen aan in de strijd tegen de draak, die de plaats van God wil innemen. Michaël wint deze strijd en werpt de draak op de aarde.

In het seizoen waarin de duisternis het licht wil overwinnen, wijst Michaël ons naar de scheppende krachten in de kiem van de oogst. Voor de kinderen is er de meer ‘aardse’ versie van Michaël, het middeleeuwse verhaal over de ridder St. Joris en de draak.

Met oogst wordt niet alleen de materiële oogst bedoeld, maar ook de geestelijke. In de lichte zomerse tijd zijn we als mens meer gericht op de buitenwereld. We trekken op onze vakanties de fysieke wereld in en genieten van alles wat we er tegen komen. We nemen dit mee naar de daaropvolgende tijd waarin het licht zich meer terugtrekt: de dagen worden korter en de nachten langer. Dit werpt ons meer op onszelf terug, we vertoeven meer binnenshuis waar ons leven meer zal plaatsvinden. Dit maakt dat we ons ook meer in ons innerlijk terugtrekken.

Net zoals we onze indrukken die we gedurende een dag hebben opgenomen, verwerken we die in de donkere nacht, wanneer we slapen en dromen en in een staat van ‘onbewustzijn’ verkeren.

Zo kun je ook naar de tijd van de herfst kijken. Na een nacht slapen en dromen voelen we vaak dat we datgene wat de vorige dag hebben opgenomen een plek hebben gegeven, we kijken er weer anders naar.  Zo kan het weer verder ‘kiemen’ in de nieuwe dag en de tijd erna.

Zo zou je de wintertijd ook kunnen beschouwen, in de lente komt datgene wat is ‘gekiemd’ in de duisternis, weer tot verdere groei. Er komt dan weer meer licht, de zon met de toenemende warmte zorgt ervoor dat de kleine plantjes gaan groeien om weer te bloeien en opnieuw vruchten te dragen.

Er zijn veel mooie afbeeldingen van Michaël. Bekend is dat hij in de ene hand een zwaard draagt en de andere hand een weegschaal. Het zwaard gaat over de strijd en de weegschaal staat voor het voortdurend afwegen, wat is goed en wat is kwaad, wat doet ons goed en wat niet, welke keuzes maken we, hoe vinden we steeds weer ons evenwicht. Heel herkenbaar in deze tijd waarin bijvoorbeeld zoveel verschillende ‘leefregels’ op ons afkomen. De vaak blauwe mantel van Michaël staat voor het hemelse en de bescherming tegen kwade energieën.

Het vieren van de jaarfeesten in de vrije school hebben tot doel om de ontwikkeling van het kind te ondersteunen en te versterken, iets waar het de rest van zijn of haar leven wat aan heeft. Het leert de samenhang kennen van het feest met de natuur, wat er steeds gedurende een jaar in de natuur gebeurt.

Het vieren van de feesten maken ook dat er iets gezamenlijks ontstaat, met de andere kinderen op school en de ouders en de leerkrachten. Het heeft dus een socialiserende en verbindende factor.

Er valt heel veel te vertellen over de jaarfeesten en als ‘eerstejaars’ ouders of belangstellende ouders is het goed om de feesten gewoon maar te ondergaan en mee te vieren. Gaandeweg gaan ze dan meer en meer leven.

Winter:

De weg naar midwinter wordt gemarkeerd door het naar binnen trekkend licht. De mens zelf moet actief worden om dit lichtje, al is het nog zo zwak, te ontsteken. Het ontstoken kaarslicht is niet alleen sfeer, het is ook een daad. Het zwakste licht heeft in het duister een enorme uitwerking. We lopen op 11 november in de avondschemering een optocht met een klein lichtje in een uitgeholde knol uit de aarde. Een oerbeeld voor het leven dat de aarde aan de mens schenkt en dat door de mens behoed moet worden. In december begint de voorbereiding op midwinter, het kerstfeest. Heel bewust wordt er van ons gevraagd de weg van het afnemende licht met innerlijk geladen activiteiten tegemoet te treden. Dat vraagt om stilte in een vaak uiterlijk chaotische wereld. Deze voorbereiding is voor kinderen, ouders en leerkrachten een van de meest intieme periodes van het jaar. In deze periode van innerlijke reiniging valt ook de vreugde en de spanning van het Sint Nicolaasfeest.

Zo kan uiteindelijk het moment van Kerst beleefd worden in de sfeer van het gezin. Het is dan immers kerstvakantie. Na de kerstvakantie is de stemming anders geworden. Hoewel het nog winter is begint het alweer te kriebelen. Het is uitkijken naar het moment waarop in de natuur hoorbaar en bijna tastbaar is dat het licht het van de duisternis heeft gewonnen. Het is het moment waarop de kaarsstompjes buiten in de tuin van de school neergezet en aangestoken worden. Het lichtje dat zo sterk straalde in de duisternis, is nu flets vergeleken met de kracht van de late winterzon.

Lente:

Hoewel volgens de kalender het nieuwe jaar al een paar maanden oud is, geldt voor de kinderen de ontluikende lente als het echte begin van een nieuw jaar. Het is een vreugdevolle tijd. Kinderen beleven de opstandingkrachten in de natuur. Dat vraagt om daden. De weg naar buiten is gevonden. Alle feesten die we vieren in de tijd tot de zomer vinden vooral buiten plaats. De stille week voor het paasfeest met al zijn activiteiten, het Pinksterfeest met het dansen rond de meiboom.

Zomer:

De zon staat hoog aan de hemel en aan het begin van de avond laaien vlammen op. We vieren met de gehele schoolgemeenschap het Sint Jansfeest. Het is de tijd waarin de mens zich wil overgeven aan de krachten van de natuur en op reis gaat. De zomervakantie is bijna aangebroken.

De jaarfeesten zijn voor een deel ingebed in de vormen van de christelijke traditie, maar in wezen verwijzen ze naar een tijd, waarin de mens in zijn feesten niet anders kon dan uitdrukking geven aan de relatie die hij had met het licht van de wereld, de zon. De jaarfeesten kunnen dan ook lichtfeesten genoemd worden.